“Het verleden bepaalt in belangrijke mate onze identiteit en het maatschappelijk handelen. Door de snelle evolutie in de moderne samenleving bestaat een steeds grotere behoefte om een eigen identiteit duidelijk te omschrijven. Slechts als de mens zich als groep definieert kan er sprake zijn van een samenleving gebaseerd op menselijke interactie. In het tegengestelde geval dreigt er chaos en verliest de mens elk richtingsgevoel.” (Antonis 1998:3)
1. Back to my roots. Een aantal jaar geleden was ik enkele oude familiefotoalbums aan het doorbladeren. Eén van de kiekjes die in het oog sprong was een ploegfoto van S.K. Borgerhout (Borgerhoutsche Sportkring), gedateerd op 15-1 1-1931, waarop mijn grootvader trots poseerde met zijn voetbalcollega’s. Na wat speurwerk kwam ik er achter dat S.K. Borgerhout toen in eerste afdeling voetbalde (nu tweede nationale); terwijl ‘gemeenterivaal’ Tubantia F:C. in de ereafdeling speelde (nu eerste nationale). Op zoek naar mijn eigen roots en gedreven door het rijke voetbalverleden van de gemeente Borgerhout kwam ik al snel terecht bij het ‘Guldenboek’. Een interessant voetbalhistorisch overzicht dat in 1965, ter ere van het 50-jarig bestaan van K. Tubantia-Borgerhout F.C., door de heer Xavier Van Den Ameele werd gepubliceerd. Dit boek leerde me dat het huidige K. Tubantia Borgerhout V.K. het resultaat is van meerdere fusies. De volgende opsomming geeft u een overzicht van de belangrijkste oprichtingsdatums en fusies:
1911: oprichting van Fraternitas Sportkring. De club speelde aanvankelijk in het Katholiek Sportverbond (nu Koninklijke Vlaamse Voetbalbond)
10 april 1915: oprichting van Tubantia Football Club welke zich aansluit bij de Belgische Voetbalbond (stamnr. 64)
7 november 1919: Fraternitas Sportkring sluit zich aan bij de Belgische Voetbalbond (stamnr. 84)
1924: fusie tussen Borgerhout Football Club en Fraternitas Sportkring, wat resulteerde in Borgerhoutsche Sportkring
1933: fusie tussen Racing Club Antwerpen Deurne (het vroegere Sint-Ignatius Sporting Club, stamnr. 29) en Borgerhoutsche Sportkring, wat resulteerde in Racing Club Borgerhout
29 juni 1960: fusie tussen Tubantia F.C en Racing Club Borgerhout, wat resulteerde in Tubantia Borgerhout Football Club
1 juli 1971: Tubantia Borgerhout F. C. wordt hernoemt tot Tubantia Borgerhout V.K.
Het ‘Guldenboek’ bleekt ook de enige houvast te zijn in mijn zoektocht naar het verleden van de ‘Rivierenhof-ploegen’. Naar alle waarschijnlijkheid is het clubarchief in de jaren 80 van de vorige eeuw, bij het overlijden van de heer Van Den Ameele, verloren gegaan. Door mijn familiale betrokkenheid en beroepsmatig met geschiedenis bezig te zijn leek er dan ook een taak voor mij te zijn weggelegd: het opzetten en beheren van een nieuw clubarchief. Een fascinerende maar geen eenvoudige taak, gezien de hierboven beschreven kluwen van fusies. In praktijk houdt dit in het bezoeken van (publiek toegankelijke en privé) archieven en bibliotheken en het verzamelen (kopiëren) van relevante informatie over het Borgerhoutse voetbal: oude documenten (ploegsamenstellingen, spelersnamen, briefwisselingen, diploma’s etc..), uitslagen, rangschikkingen, krantenknipsels, verhalen, foto’s of wat dan ook. Uiteindelijk is het de bedoeling om dit clubarchief deels toegankelijk te maken via de nieuwe internetsite van Tubantia die binnenkort beschikbaar zal zijn (http://www.tubantia-borgerhout.be).
Een snel rekensommetje leert ons dat we ‘vandaag’ de 90e geboortedag van Tubantia (Borgerhout) vieren. Om alvast de feestelijkheden in te zetten vroeg het bestuur mij of het niet mogelijk was om een beknopte historische bijdrage te leveren aan dit feestnummer van het clubblad. Om niet domweg het ‘Guldenboek’ te kopiëren en door het ontbreken van voldoende informatie (het clubarchief is nog in opbouw) heb ik geprobeerd om de clubgeschiedenis meer thematisch weer te geven. Een overlap met het ‘Guldenboek’ is natuurlijk onvermijdelijk. Aangezien 90 jaar niet eenvoudig te bundelen is zal ik me in deze bijdrage enkel concentreren op de voetbalafdeling van Tubantia. De atletiek en harmonie afdelingen zowel als de andere clubs die deel uitmaken van de geslaagde fusie zullen elders toegelicht worden.
2. Football in den beginne Door de eeuwen heen heeft Antwerpen zich opgewerkt tot een Metropool met een rijk economisch en cultureel verleden. Daarnaast kan de ‘stad aan de Schelde’ terugkijken op een eeuw vol sportgeschiedenis (Luyckx 1985). Sterker nog, de bakermat van het Belgische voetbal is o.a. te situeren in het Antwerpse (Mariën 1973).
Aan het einde van de 19de eeuw, mede door de maritieme bedrijvigheid, waren er een groot aantal Engelse firma’s in de Scheldestad gevestigd. Om zich na het harde werk te ontspannen beoefenden de overgewaaide Britten een nieuwe sport die in competitieverband werd gespeeld en die football werd genoemd. De Engelsen die op het Wilrijkse plein (Kiel, Antwerpen) hun tijd doorbrachten met het trappen tegen een bal hadden natuurlijk veel bekijks. Het duurde dan ook niet lang of de locale populatie ging de nieuwe sportrage zelf beoefenen: Er werd ‘buskestamp’ gepeeld met alles wat rolde. Was er geen bal voorhanden, dan deed een conservenblik, een aardappel of een prop papier wel dienst. Het was de tijd dat de moeders zich vreselijk verbaasden over de geweldige sleet op de schoenen van hun zonen.
Binnen de muren van het oude Antwerpen hadden de meeste huizen geen tuinen en voldoende ruimte om te sjotten was er niet. Daarom werd het Hendrik Conscience plein regelmatig ingenomen door de locale jeugd. Tussen de Carolus Borromeus kerk en de stadsbibliotheek werden ‘trainingen’ gehouden en heuse voetbalwedstrijden gespeeld met doelen die werden afgebakend door neergelegde kledingstukken. Dit alles werd aanschouwd door het goedkeurend oog van de rustig zittende Hendrik Conscience (Langenus 1942). In die tijd was wielrennen veruit de populairste sport en 20.000 toeschouwers in de hippodroom van Zurenborg (Berchem) was geen zeldzaamheid. In de athenea en colleges groeide de belangstelling voor het voetbal daarentegen snel. Men kan dan ook stellen dat de toenmalige middelbare scholen de basis vormen voor de populariteit van de voetbalsport.
In 1880 werd door aantal Engelse studenten de eerste Belgische voetbalvereniging gesticht (Antwerp Footbali, Cricket and Lawn tennis Club’, stamnr. 1). De meeste leden van de club waren trouwens Engelsen, en dan met name jongeren die gerekruteerd werden uit rijke Engelse families in Antwerpen. De reden hiervoor was heel eenvoudig, namelijk Belgische jongens konden de toen heel dure voetbalschoenen niet betalen. Het eerste voetbalterrein van Antwerp bevond zich zo’n 300 meter van het Kruishof op het Wilrijkse Plein. Een grasvlakte waar nu het Bouwcentrum staat. Op dit Plaine des Manoeuvres werden de eerste doelpalen, niets meer dan dunne stokjes met een touwtje verbonden, in de grond geslagen en kalklijnen getrokken.
Door interne ruzies op het einde van seizoen 1899-1900 verlieten een groot aantal spelers ‘den Antwerp’ en een tweede Antwerpse club werd gesticht (Beerschot Athletic Club, stamnr. 13). Door de heersende werkloosheid in het begin van de 20ste eeuw groeide de populariteit van de voetbalsport onvoorstelbaar snel en overal werden speelvelden ingericht en schoten clubs als paddenstoelen uit de grond. In het Antwerpse waren dat o.a. Berchem Sport (stamnr. 28), Sint-Ignatius S.C. (het latere Racing Club Antwerpen Deurne, stamnr. 29), Capellen F.C. (stamnr. 43), Tubantia F.C. (stamnr. 64), Oude God Sport (stamnr. 68) en Fraternitas (het latere S.K. Borgerhout (stamnr 84). Het mag duidelijk zijn dat we hier enkel spreken over de voetbalclubs die zich aansloten bij de (Koninklijke) Belgische Voetbalbond (KBVB).
3. Anno 1915, Borgerhout verschijnt op de voetballandkaart Zoals hiervoor reeds vermeld behoort ‘K. Tubantia Borgerhout V.K.’ samen met Antwerp en Berchem tot de drie oudste, nog bestaande, voetbalclubs die ontstonden rond de Antwerpse stadswallen. De voetbalgeschiedenis van Tubantia F.C. begint dan ook letterlijk naast de toenmalige stadswallen (de Brialmontvesting) in de schaduw van de ‘Peperbus’.
Het was in het jaar 1915 dat door een groepje vrienden, onder leiding van Henri Du Mon, een aantal voetbalwedstrijden werden gespeeld ‘op den Berg’: een speelveld aan de stadswallen, in de nabijheid van de gasketels van Zurenborg, Berchem (Figuur 1). Schrijver Paul Lebeau (1964) omschrijft ‘de bergen’ als volgt (zie ook Figuur 2):
“Toen waren het de wallen en vestingen, die de stad omknelden met een groene bergketen op kindermaat. .. Later werden de bergen als een taart netjes in twee gesneden. Een aanloop van groene hellingen, die plots en loodrecht naar beneden vielen, bloot en steil, net een stuk uit een bouwdoos waar de andere helft aan ontbrak. Die andere helft was in het water der vestingen terecht gekomen en vormde daar een hard, droog plein, een reusachtig en kosteloos voetbalplein. De straatclubs speelden er verwoede en epische matches, die soms werden voortgezet in het water der vestingen, als de al te zeer mishandelde bal daar zijn heil gezocht had, nagestormd door twee roekeloze elftallen, en die onveranderlijk eindigden met een enthousiaste vechtpartij.” (Lebeau 1964:17-18)
Figuur 1: Ter hoogte van de Stenenbrug in Borgerhout, bovenop ‘de heuvelachtige’ Brialmontvesting, staat een aantal kinderen te praten in het jaar 1905. Links op de foto onder de pijl is vaag de gasketel aan de Pretoriastraat op Zurenborg (Berchem) te herkennen (foto Stadsarchief Antwerpen, fotograaf Léon Keusters).
Figuur 2: Omstreeks 1900 konden de 19 stadspoorten het toenemende verkeer niet meer slikken.In november 1909 begonnen arbeiders met het graven van een bres in de wallen ter hoogte van de Herentalsepoort. Onder op de foto naast de pijl is vaag de ‘peperbus’ (Sint-Jan’s kerk) te herkennen (foto Volkskunde museum, Antwerpen).
De animo onder de spelers (voornamelijk studenten) was zo groot dat men besloot om in clubverband voetbal te gaan spelen. Het straatclubje kreeg meer en meer structuur en op zaterdag 10 april 1915 werd Tubantia F.C. boven de doopvont gehouden in een cafeetje nabij het ‘speelveld’ (Figuur 3). Als officiële kleuren koos men groen en wit en de hele zomer werd er gevoetbald in tornooien (meestal ‘op den berg’).
4. Etymologie van het woord Tubantia: een naam vol roem, glorie en reputatie “Over de naam werd héél wat gekeuveld. Het moest iets moois zijn, namen als Scheldezonen, Scaldis, Vlug er Op werden voorop gezet. Tenslotte haalde het de naam ‘Tubantia’, naar de toenmalige oostelijke eerste klasser in Nederland.” (Van Den Ameele 1965:8). Het Borgerhoutse clubje werd dus genoemd naar H.V.V. Tubantia uit Hengelo (Nederland), een vereniging die net voor de Eerste Wereldoorlog (WO 1) tot de top van het Nederlandse voetbal hoorde.
De volgende vraag is dan natuurlijk: wat betekent het woord Tubantia nu eigenlijk? Tubantia is de Latijnse naam voor Twente (Twenthe) een historische en geografische streek in het oosten van de provincie Overijssel (Nederland) dicht bij de Duitse grens gesitueerd. Het woord Tubantia, en dus ook Twente, is dan weer afgeleid van het woord Tubantes of Tubanten. Dit is de naam van een Germaanse stam die voor het eerst genoemd wordt in de Annales (Jaarboeken) van Tacitus2. In dit werk rapporteert de auteur de Germaanse campagne van Tiberius. In hoofdstuk 51 beschrijft hij hoe de Romeinen bij een stralende sterrenhemel de dorpen der Marci (Germaanse stam) omsingelden, de volledige slapende en ongewapende bevolking uitmoordde en vervolgens alles plat brandde. Dit bloedbad alarmeerde de Bructeren, Tubanten en Usipeten (Germaanse stammen, Figuur 4) en zij bezette de woudpassen waarlangs het Romeinse legioen moest terugkeren. De Germanen hielden zich gedeisd totdat het hele leger zich volledig in de woudpas bevond. Na enkele kleine schermutselingen met de fianken en de voorhoede vielen zij de achterhoede aan. Het legioen kon deze vijandelijke aanval afslaan en drong de Germanen het open terrein in. Terwijl de troepen van de voorhoede de bossen uit marcheerde werden de de Bructeren, Tubanten en Usipeten in de pan gehakt.
Figuur 4: Kaart van Nederland met daarop de voornaamste rivieren, Romeinse steden en Germaanse stammen in de eerste eeuw na Chr.. Het pijitje geeft aan waar de Tubanten leefden. Zij woonden ten noorden van de Marsen (Nederland), tussen de Lippe en de bovenloop van de Eems.
Naast de etymologische verklaring is er ook nog het geromantiseerd verhaal van het stoomschip ‘Tubantia’. Tijdens de vier jaar durende Duitse bezetting (WO 1) organiseerde de Borgerhoutse gemeenteoverheid o.a. de voedselbevoorrading. In Borgerhout werden gaarkeukens ingericht en in 1915 verschafte de toen nog neutrale Verenigde Staten tonnen voedselhulp voor België en Noord Frankrijk. Deze levensmiddelen werden in volle oorlog naar België gevoerd met een Nederlands schip dat de naam ‘Tubantia’ droeg (Figuur 5). Toen dat jaar een voetbalclub in Borgerhout werd gesticht kreeg deze, volgens de mythe, de passende heidhaftige naam Tubantia. Ook al gaat het hier over een fabel, de reputatie en tragische geschiedenis van het roemrijke passagierschip ‘Tubantia’ heeft waarschijnlijk veel aanzien voor de club gecreëerd. Ziehier het relaas. De ‘Tubantia’ was voor haar 11de trip vanuit Amsterdam (neutraal Nederland) op weg naar Buenos Aires (Argentinië) toen het op 16 maart 1916, ca. vijftig kilometer ten westen van Walcheren (Nederland), voor anker ging. De kapitein had deze beslissing genomen doordat een dikke mist was komen opzetten en hij geen risico’s wou nemen voor zijn passagiers en vracht. Enige tijd later werd ze door de Duitse onderzeeër ‘UB-13’ ontdekt en deze torpedeerde de ‘Tubantia’ ter hoogte van de machinekamer. Iets minder dan vijf uur later lag de ‘Tubantia’ op de bodem van de Noordzee. Eén torpedo was uiteindelijk voldoende geweest om het schip langzaam maar gestaag te laten zinken. Alle opvarenden konden worden gered.
Het schip raakte enigszins in de vergetelheid tot er in 1919 geruchten de kop op staken dat er een schat in de ruimen van de ‘Tubantia’ zou bevinden. Het zou gaan om grote hoeveelheden goud die in bollen kaas aan boord waren gesmokkeld. Andere bronnen vermelden zelfs dat er ook diamanten, verstopt in bloembollen, bij de lading hoorden. Er ontstond een legende waarbij Keizer Wilhelm van Duitsland stiekem zijn persoonlijke bezittingen via een neutraal land (Nederland) in veiligheid wou brengen naar Zuid-Amerika. Vervolgens zou de ‘Tubantia’ gekelderd zijn in opdracht van de Duitse geheime dienst. Concrete bewijzen hiervan zijn, net als het goud, nooit (officieel) geleverd. De geruchten waren in elk geval sterk genoeg om diverse schattenjagers naar het wrak te lokken, één en ander werd aangewakkerd omdat het schip in haar verleden al eens betrapt werd op het smokkelen van goud. De grote expedities naar het wrak van de ‘Tubantia’ duurden tot 1934. Over de resultaten werd niets bekend. Na die periode werd het stil rond het schip totdat Belgische sportduikers in de jaren 90 van de vorige eeuw het wrak terugvonden. Ze kwamen boven met foto’s en videobeelden. Dat was, samen met de fantastische verhalen, genoeg om de laatste jaren opnieuw een soort ‘goudkoorts’ te laten uitbreken. Het wrak is tegenwoordig een ware trekpleister geworden voor wrakduikers die op zoek zijn naar de zogenaamde ‘schat van de Tubantia’ (Peillard 1978). Er wordt echter meer in kranten en tijdschriften Qeøubliceerd dan dat er daadwerkelijk gevonden wordt in het wrak.
Figuur 5: Het schip ‘Tubantia’ (bouwnummer 455) werd in opdracht van de Koninklijke Hollandsche Lloyd in 1911 gebouwd door de Engelse scheepswerf Alexander Stephen & Sons te Glasgow. Op 15 november 1913 liep het van stapel en op 11 maart 1914 werd het opgeleverd. Het zeer luxueuze passagiersschip had een lengte van 180 meter, een breedte van 21,5 meter en een kruissnelheid van 17 knopen. Het werd ingezet op de Iijnvaart tussen Amsterdam (Nederland) en Beunos Aires (Argentinië) en kon ca. 1500 passagiers in zeer comfortabele omstandigheden vervoeren. De ‘Tubantia’ is één van de grootste Nederlandse passagiersschepen dat ooit verloren ging op zee.
5. De eerste stappen in competitieverband Na dit intermezzo over de naam Tubantia keren we terug naar de voetbalgeschiedenis. Nu Tubantia F.C., door haar aansluiting bij de Belgische Voetbalbond, van het predikaat ‘straatploeg’ verlost was moest er gezocht worden naar een degelijk voetbalterrein. In augustus 1915 werd het ‘Hippodrometerrein’ in bezit genomen. De ‘Hippodrome’ was een café met speelhof wat zich rechts van de Stenenbrug (Borgerhout) situeerde, ongeveer 200 meter buiten de stadswallen (Figuur 6). Achter deze herberg was een voetbalterrein.
Tubantia F.C. (Figuur 7) was klaar om als 4e provinciale divisieploeg ‘de arena te betreden’. In oktober 1915 zou het officiële seizoen van start gaan, maar door de vijandelijkheden van de Eerste Wereldoorlog (WO 1) had de Belgische voetbalbond alle bedrijvigheid stil gelegd. In elke provincie werd daarom een noodcompetitie ingericht, welke bestond uit twee afdelingen. Tubantia F.C. kwam uit in tweede en eindigde op de 4e plaats. Voor de wedstrijden tegen Boom F.C. en Amical S.C. Merksem steeg het aantal toeschouwers tot respectievelijk 1500 en 2000.
Figuur 6: Café ‘Hippodrom& was gelegen buiten het centrum van de gemeente Borgerhout. Achter de herberg met speelhof bevond zich het eerste officiële voetbalterrein van Tubantia Van De Vijver 1972
Figuur 7: Tubantia F.C. in 1915 gefotografeerd op het ’Hippodrome-terrein’ V.l.n.r. boven: (voorzitter), Hendrickx, L. Willems Docx, Verdonck, J. Cré (secretaris). V.l.n.r. midden: Vervloedt, Cabus,Moreels. V.l.n.r. onder: De Schutter, Mersie, Schoeters, Van Den Heuvel, Zaman.
ln de winter van 1916 speelde Tubantia F.C., dankzij de goede rangschikking van het vorige seizoen, in het provinciale promotietornooi en de kampioenstitel in vierde afdeling werd behaald.De successen van de eerste jaren leidde ertoe dat de terreinbaas munt probeerde te slaan uit de situatie. Groenwit verhuisde noodgedwongen naar de overzijde van de Stenenbrug. Op dit zogenaamde ‘Braboveld’ werd twee jaar gespeeld.
Na de wapenstilstand van 1918-1919 eindigde Tubantia F.C. op de 1e plaats in haar reeks (derde afdeling), maar verloor de provinciale finale tegen Lierse met 2 - 0 op het terrein van Antwerp.
In 1919 werden de koffers opnieuw gepakt en men verhuisde naar de ‘Muggenberg’. Dit was letterlijk en figuurlijk een ‘patattenveld’. Het was zelfs zo erg dat de scheidsrechters het terrein meermaals afkeurden. Tot overmaat van ramp werden ook vele spelers onder de wapens geroepen. Het resultaat van deze miserie was dat een algemene forfait moest worden gegeven en dat Tubantia F.C. op de laatste plaats eindigde. De plaats in de afdeling werd echter behouden omdat er na WO 1 maar weinig clubs waren overgebleven.
Het jaar 1920 gaf een nieuwe injectie aan het voetbalspel. In het Beerschot stadion won België de finale van het Olympisch tornooi en o.a. hierdoor werd voetbal de populairste sport van het land (en Europa). Tijdens dit jaar keerde Tubantia F.C. terug naar het ‘Hippodroomveld’. De club versterkte zich tevens met enkele spelers van verenigingen die WO 1 niet ‘overleefd’ hadden.
De volgende jaren werd er gevoetbald in tweede provinciale afdeling en tussen 1922 en 1926 greep men telkens naast de promotie. In 1922-1923 eindigde Tubantia F.C. op de 3e plaats (de eerste twee promoveerden), in 1923-1924 werd de 2e plaats behaald (enkel de eerste promoveerde) en in 1924-1925 promoveerden enkel de eerste twee terwijl Tubantia F.C 3e was. In het laatstgenoemde seizoen werd tevens een tribune met een capaciteit van 300 personen gebouwd. Dit was vrij bijzonder omdat er in die tijd geen enkele tribune in lagere afdelingen was.
6. Tubantia F.C. mengt zich tussen de groten De kampioenschapindeling werd veranderd en in 1925-1926 was het aantreden in promotie. Dit voetbaljaar, waarin de club haar 10-jarig bestaan vierde (1925), zou voor Tubantia F.C. het begin van een ‘gouden’ periode (1926-1932) worden. De groenwitten werden 2e in het kampioenschap (na Hoboken S.K.) en promoveerden naar bevordering B (nu 3e nationale).
Het volgende seizoen lukte het Tubantia F.C. zelfs de finale van de Belgische beker te spelen tegen landskampioen C.S. Brugge (27 mei 1927). De wedstrijd werd gespeeld op het veld van Union StGilloise in het Ouden park en door de slechte weersomstandigheden waren er slechts 1500 toeschouwers aanwezig. De club uit Borgerhout verloor weliswaar met 2-1, maar werd op het veld nooit overspeeld. Tubantia F.C. miste zelfs een penalty (P. Lambert). De weg naar de finale was als volgt:
Tubantia F.C. - F.C. Heist Sportief 10 - 1 Tûbantia F.C. - Nielse S.K. 4 -2 Standard Bouillon - Tubantia F.C. 1 - 5 Standard Club Luik - Tubantia F.C. 3 -4 Albert Elisabeth Club de Mons - Tubantia F.C 1 -4 Leopold Club - Tubantia F.C. 0 -4 A.S. Oostende - Tubantia F.C. 0 - 1 (op het veld van Racing Gent) C.S. Brugge - Tubantia F.C. 2 - 1 (finale op het veld van Union St-Gilloise)
Een jaar later (1927-1928) kon er alweer gefeest worden omdat Tubantia F.C. de Belgische kampioenstitel in bevordering C haalde (Figuur .
Figuur 8: Tubantia F.C. 1927-1928 Kampioen van België. V.l.n.r. boven: Peters, V. Docx, Mees, Martens, E. Du Mon, Engelen. V.l.n.r. onder: Lambert, Wouters, Nijs, Cohen, J. Docx;
Het zou een transitverbljf in eerste afdeling (nu tweede nationala) worden, want in het seizoen 1929-1930 werden de poorten naar hoogste afdeling geforceerd. De sleutelmatch werd op 23 maart 1930 te Montegnée gespeeld. Na 25 wedstrijden had Rac. F.C. Montegnée één punt meer dan Tubantia F.C. Twee ploegen zouden klimmen naar de ereafdeling (nu eerste Nationale). De tribuneplaatsen waren reeds 14 dagen van tevoren uitverkocht en de wedstrijd werd bijgewoond door ca. 18.000 man. Ook 500 Tubantia supporters reisde mee per trein. De deklat redde de thuisploeg en Tubantia F.C. had de zege verdiend maar de eindstand bleef 0 - 0. Montegnée pakte de titel en Tubantia F.C promoveerde mee naar de ereafdeling. Bij aankomst in Antwerpen werd de ploeg ontvangen op een groot volksfeest. Aangezien de hele wedstrijd op pellicule was vastgelegd werd de film op de eerste vrijdag na de wedstrijd vertoond in cinéma ‘AGORA’ (‘LUXOR’) aan de Tunhoutsebaan (Borgerhout). Door dit initiatief konden de ongelukkigen, die de reis naar Montegnée niet hadden meegemaakt, toch nog de strijd van hun helden beleven.
Alvorens aan te treden in de ereafdeling had Tubantia F.C. alweer te kampen met terreinproblemen. Het ‘Hippodroomveld’ zou op korte termijn onteigend worden en het was dus belachelijk om dit terrein uit te breiden. Een nieuw te bouwen veld in het ‘Rivierenhof’ te Deurne was de oplossing. Als noodoplossing om het seizoen 1930-1931 te overbruggen werd aan het Olympisch Beerschot stadion gedacht, maar omwille van de supporters werd er in het dichter gelegen Antwerp stadion gespeeld (Figuur 9). Aangezien de ‘Great Old’ de vier eerste wedstrijden op dezelfde dag en dito uur als Tubantia F.C. thuis moest afwerken werd er voor deze matchen onderdak aangeboden door Beerschot A.C. Tijdens het eerste seizoen in ereafdeling voetbalde Tubantia F.C. een aantal schitterende uitslagen bij elkaar (zie hierna) maar de Borgerhoutenaars konden zich slechts op de laatste speeldag redden door een 0 - 0 uitslag op het veld Standard Club Luik.
Figuur 9: V. Docx in actie op het veld van Antwerp (naar alle waarschijnlijkheid is de tegenstander R. Antwerp F.C)
Tijdens het seizoen 1930-1931 was er ook nog de spannende wedstrijd Daring C.B. - Tubantia F.C. De jongens uit Borgerhout verloren de wedstrijd met 2 - 1 maar opmerkelijker was het feit dat de drie gebroeders Docx scoorden (twee eigen doelpunten dus). Waarschijlijk is dit een unicum in de Belgische voetbalgeschiedenis.
Op 30 Augustus 1931 werd het nieuw gebouwde stadion in het ‘Rivierenhof’ (‘de Put’) officieel ingehuldigd met de wedstrijd Tubantia F.C. - F.C. N.O.A.D. Tilburg (uitslag 5 - 4). De accommodatie beschikte over 4500 zitplaatsen en 8500 zogenaamde ‘volksplaatsen’ (Figuur 10).
Figuur 10: Plechtige inhuldiging van het nieuwe stadion in het ‘Rivierenhof (‘de Put’) door de Harmonie Tubantia
Het tweede seizoen in ereafdeling (1931-1932) zou Tubantia F.C. niet overleven. De competitie werd uitstekend gestart maar o.a. de beenbreuk van Sus Van Den Broeck stuurde de ploeg recht de degradatie in. Dit betekende meteen ook het einde van het ‘gouden’ tijdperk en voor de eerste maal in haar geschiedenis zakte ze naar een lagere afdeling. Slechts enkele goede resultaten vielen te noteren:
7. Tubantia F.C. een vaste waarde in eerste nationale afdeling (nu tweede nationale) Tussen 1932 en 1948 voetbalde TubantiaF.C. ononderbroken in eerste nationale afdeling (nu tweede nationale) en werden er een aantal derby’s uitgevochten met gemeentegenoot Racing Club Borgerhout (1932-1 935). Deze wedstrijden werden meestal beslecht in het voordeel van de groenwitte Tubantianen. Tijdens het seizoen 1933-1934 presteerden beide Borgerhoutse verenigingen zo goed dat ze ex-aequo op de 2~ plaats eindigden (31 punten) na kampioen Berchem Sport (42 punten).
Net voor de Tweede Wereldoorlog (WO II, 1938-1939), met o.a. een Jef Mermans in de rangen (Figuur 11), keerde Tubantia F.C. bijna terug in de hoogste reeks. In de loop van dat seizoen stond Tubantia F.C. 18 zondagen aan de leiding, maar werd uiteindelijk 4e na S.C. Eendracht Aalst, Lyra en Berchem Sport. Tijdens de wedstrijd tegen kampioen S.C. Eendracht Aaist bleef er geen plaatsje in het ‘Rivierenhof’ onbezet.
Een jaar later (15 maart 1940), ter gelegenheid van haar 25-jarig jubileum,kreeg Tubantia F.C. het predikaat ‘Koninklijke’. Omwille van WO II besloot de Belgische voetbalbond geen officiële kampioenschappen in te richten tijdens de seizoenen 1939-1940 en 1940-1941. Na de algemene mobilisatie (21 april 1940) werd er een provinciale ersatzcompetitie opgericht tussen clubs uit ere en eerste afdeling. Hierin werd o.a. grote broer Antwerp F.C., met topspeler Paverick, op eigen veld verslagen (2 - 5, met een 0 - 5 ruststand). WO II was zeker niet mais voor K. Tubantia F.C.. Naast het menselijk leed werd ook het 10 jaar oude stadion door de Duitse bezetters ingenomen om er nieuwe oorIogsfabrieken te installeren. Tijdelijk ‘voetbalonderdak’ vond men bij de buren van Racing Club Borgerhout, die ook in het ‘Rivierenhof speelden (het huidige terrein van K. Tubantia Borgerhout V.K.). op voetbalviak was het ook al geen succes: in het seizoen 1943-1 944 eindigde de vereniging op de 16e en laatste plaats. Degraderen deden ze niet, want door de oorlogprobiemen, en door het feit dat het competitiejaar 1944-1945 niet doorging, moest elke club na de bevrijding haar plaats in de reeksen van 1943-1944 terug innemen. Hierbij werden wel de teams, welke tijdens de oorlog gestegen waren, aan toegevoegd.
Figuur 11: TubantiaF.C. 1938-1939. V.l.n.r.: E. Du Mon, Lemmens, Dierckx, Mermans, Van Den Bosch, De Vries, Brouwers, BuIs,?, Berteis, G. Docx, Claessens, L. Docx
Tijdens het eerste naoorlogse voetbalseizoen werd er op het veld van St-Rochus F.C. Deurne gevoetbald, omdat Tubantia’s eigen ‘thuishaven’ volledig was vernield. Van de tribune bleef enkel het dak over, het hout van de 4500 zitjes was opgebrand als stoofhout en het terrein was één grote ruïne. K. Tubantia F.C was één van de meest geteisterde voetbalverenigingen van België. omdat de club niet over voldoende financiële middelen beschikte om het stadion op te knappen kwam er met morele steun van het Antwerpse Sportsyndikaat een hulpprogramma tot stand. Wedstrijden ten voordele van K. Tubantia F.C. werden gespeeld door o.a. Stade Leuven, Racing Club Tienen, Stade Borgworm en St-Truiden V.V. Vele clubs gaven de groenwitten zelfs spelers, om deze benefietwedstrijden te kunnen spelen. Belangrijke steun kwam ook van John Langenus, de scheidsrechter-reporter die in 1930 de wereidbekerfinale Uruguay-Argentinie in Montevideo had gefloten. Hij slaagde er in om West Bromwich Albion en het Weens elftal in het hulpprogramma in te schakelen. Zo speelden S.C. Anderlecht (inclusief Mermans) in 1946 in het Dudenpark tegen de Engelse ploeg, terwijl de Weense ploeg in Antwerpen tegen de ‘Antwerpse Verstandhouding’ voetbalde. De complete opbrengsten waren voor K. Tubantia F.C. Zo kon uiteindelijk de tribune terug opgebouwd worden maar wel met beperkte financiële middelen. Het stadion zou nooit terug volledig hersteld worden en er bleven maar 1200 zitjes over.
In 1946 werd ook de ‘Borgerhoutse Verstandhouding’ gesticht (K. Tubantia F.C. en K. Racing Club Borgerhout, Stamnr. 4602). Ze werd opgericht naar voorbeeld van de ‘Antwerpse Verstandhouding’. De kleuren waren rood-wit en waarschijnlijk was deze entente de voorloper van de latere fusie. Men streefde naar het scheppen van een goede verstandhouding en het inrichten van gemeenschappelijke wedstrijden. Er werd een Borgerhoutse derby gespeeld ter ere van het 35-jarig bestaan van K. Racing Club Borgerhout, waarbij de opbrengsten naar de wederopbouw van het Tubantia stadion gingen. Verder dan een tweede wedstrijd tegen B-team van de Belgische militaire ploeg is men nooit geraakt.
Tijdens het seizoen 1946-1947 kon K. Tubantia F.C. zich op het nippertje redden maar na 16 jaar verblijf in de eerste afdeling (nu tweede nationale) degradeerden de groenwitten in seizoen 1947-1948 naar bevordering (nu 3e nationale).
8. Ups and downs in de jaren 1950 Nadat ze voor de tweede maal in haar geschiedenis zakte naar een lagere afdeling ging het tijdens het seizoen 1948-1949 weer bijna mis. K. Tubantia F.C. behaalde een 13e plaats en liet enkel K. SV. Temse, K. Racing Club Borgerhout en R.C. Lokeren achter zich. Met andere woorden K. Tubantia F.C. redde zich terwijl gemeenterivaal Racing Club Borgerhout zakte naar de 1e provinciale reeks.
Tussen seizoenen 1949-1950 en 1954-1955 schommelden de ‘Rivierenhofboys’ als een jojo tussen bevordering (3e nationale) en eerste afdeling (tweede nationale):
Tijdens seizoen 1949-1950 werd het 35-jarig bestaan van K. Tubantia F.C. gevierd met een kampioenstitel in bevordering. Door een 3 - 1 zege op Helzold veroverde de club zelfs de kampioenstitel over de 4 reeksen van bevordering en steeg naar eerste afdeling. Op het gemeentehuis van Borgerhout werd K. Tubantia F.C. uitvoerig gehuldigd. Ook K. Racing Club Borgerhout was op dit feestje aanwezig omdat zij de kampioenstitel in eerste provinciale Antwerpen had gehaald en haar promotie naar een hogere afdeling had verwezelijkt.
In 1950-1 951 eindigde K. Tubantia F.C. laatste in eerste afdeling en zakte terug naar bevordering.
1951-1952 bracht dan weer een titel in bevordering. K. Tubantia F.C. werd Kampioen met 4 punten voorsprong op Olse Merksem, Stade Waremmien en Voorwaarts Tienen. Door een herindeling van de reeksen ‘stegen’ deze vier ploegen. In dit competitiejaar vonden ook de laatste grote Borgerhoutse derby’s plaats. De wedstrijd K. Racing Club Borgerhout - K. Tubantia F.C. (uitslag 1 - 3) werd door het grote aantal toeschouwers, op verzoek van Racing, in het ‘Bosuilstadion’ gespeeld. Racing eindigde ~ laatste en zou normaal gezien dalen naar de provinciale afdelingen. Door de herindeling van de reeksen 1e 2e en 3e A en B, 4e A, B, C en D) zakte gelukkig enkel de laatste naar de toenmalige 2de provinciale reeks en kon Racing in de hogere afdelingen blijven: in bevordering (nu 4e nationale).
Vanaf seizoen 1952-1953 gold de huidige indeling van de reeksen en door deze herschikking trad K. Tubantia F.C. aan in 3e klasse. Voor het tweede jaar op rij werd het kampioenschap gewonnen en steeg de club naar de 2e klasse.
Het was van korte duur want in het seizoen 1953-1954 zakte de club weer naar de 3e afdeling (laatste plaats met 17 punten). K. Tubantia F.C. verliet de 2e afdeling met een schitterende 3 - 0 zege tegen F.C. Brugge.
De volgende 4 jaar bleef het elftal in 3e klasse en de ‘Rivierenhofploeg’ kreeg een sterke thuisreputatie. Tussen november 1954 (K. Tubantia F.C. - Turnhout: 1 - 2) en 9 september 1956 (K. Tubantia F.C. - Diest: 0 -4) verloor K. Tubantia F.C. geen enkele thuiswedstrijd.
In 1957-1958 werd K. Tubantia F.C. voorlaatste en zakte naar 4e klasse. Daar zou ze ook het volgende seizoen blijven.
In 1959 was er een zoveelste fusiebespreking tussen K. Tubantia F.C. en Racing Club Borgerhout. Ditmaal bleken de gesprekken succesvol te zijn want op 20 juli 1960 werd K. Racing Club Borgerhout ontslagen bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond. De fusie was een feit. Dit hield tevens in dat K. Tubantia F.C. op 5 juni 1960 voor het laatst in haar groen-witte kleuren had gespeeld. Op 27 oktober 1960 zag Koninklijke Tubantia Borgerhout Football Club het daglicht en de club zou spelen in de gemeentelijke rood-witte kleuren van Borgerhout. Beide terreinen (in het Rivierenhof) werden behouden en het fanionteam bleef in afwachting van een nieuw stadion spelen op het terrein van het vroegere K. Tubantia F.C. Ook op sportief vlak kon men tijdens het seizoen 1959-1960 vieren. De ploeg van K. Tubantia F.C. (Figuur 12) had namelijk in het laatste onafhankelijke jaar van haar bestaan de kampioenstitel in 4e afdeling gehaald. Mooier kon het niet, een ‘nieuwe’ club kon starten in 3e afdeling.
Figuur 12: K. Tubantia F.C. 1959-1960 Kampioen in 4de afdeling. V.l.n.r. boven: Coeck, Dock, Schoofs, Huth, De Beure, Van De Velde. V.l.n.r. onder: Wouters Van Eyck, Frans, Cornelis, Ghys.
9. Een laatste hoogtepunt begin jaren 1990 Tot en met seizoen 1962-1 963 bleef K. Tubantia Borgerhout F.C. in 3e afdeling en zakte toen naar 4e klasse. Deze afdeling bleek de ‘jongens van het Rivierenhof’ goed te bevallen want tussen 1963-1964 en 1990-1991 verbleef de club bijna constant in deze reeks. Figuren 13 tot en met 15 tonen enkele ploegfoto’s uit de 4e afdeling, In deze periode voetbalde de club ook een drietal seizoenen in de 1e provinciale reeks van Antwerpen.
Figuur 13: K. Tubantia F.C. 1969-1970. V.l.n.r. boven: Pont, Kruisweeghs, Meeus, De Vries, Dictus, Stuyck, Van De Putte, Lusthaegen. V.l.n.r. onder: Roman, Coppens, Van Osselaer?, Pallemans, Baeten, Van Cottem.
Figuur 14: K. Tubantia V.K. 1975-1976. V.l.n.r. boven: Meinecke, Pittoors, Stickens, Tomadini, De Leeuw, Tack, Stuyck, Van Noppens, Pallemans, Dictus V.l.n.r. onder: Janssesn, Guglieremetto, Van De Velde, Dyckmans, Geeraerts, Deckers, Van der Stappen, Anseeuw.
Figuur 15: K. Tubantia V.K. 1984-1985. V.l.n.r. boven: Leukemans, Lambrechts, Hof, Vannuten, Jacobs, Mattyssens. V.l.n.r. midden: Van der Waeren, Everaerts, Hofman, Neirinckx, Mariën, Laerenbergh, De Winter. V.l.n.r. onder: De Leeuw, Nagels, Verberckmoes, Caron, Janssens, Huybrechts, Garcia.
Ook al was er tussen 1963-1964 en 1990-1991 op sportief vlak weinig te vieren, de club bleef kalm meedraaien in de ‘onderste’ regionen van het nationale voetbal. Uit deze periode is verder te vermelden dat in 1973 het splinternieuwe stadion werd ingehuldigd in aanwezigheid van gouverneur Kinsbergen. K. Tubantia Borgerhout V.K. speelde vanaf dan zijn thuiswedstrijden op het veld van het vroegere Racing Club Borgerhout.
Tijdens het seizoen 1991-1 992, en na bijna 30 jaar verscholen te zijn geweest in de 4ec of provinciale reeksen, kon K. Tubantia Borgerhout V.K. nog eens doordringen tot de 3e afdeling. Dit was een onverhoopt succes daar het rijke en ambitieuze K. F.C. Tielen in de reeks stond. In de sieutelwedstrjd op K. F.C. Tielen werd 2 - 2 gelijk gespeeld (4e laatste speeldag). Op de laatste speeldag moest K. Tubantia Borgerhout V.K. naar Neeroeteren waar het met 0 - 1 won (Figuur 16).
Figuur 16: Neeroeteren - K. Tubantia Borgerhout V.K. 10 mei 1992: Spelers, bestuur en supporters vieren de net behaalde kampioenstitel.
In 1993 eindigde de ‘Rivierenhof-ploeg’ schitterend achter V.C. Westerlo en R. Capellen F.C. op de derde plaats. K. Tubantia Borgerhout V.K. bleef de volgende drie jaar meedraaien in 3e nationale maar moest toen afhaken. Tijdens het seizoen 1996-1 997 zakte ze samen met K. Berchem Sport naar bevordering (4(10 nationale). Ook de volgende twee seizoenen werden in mineur afgesloten. Mee door de gevolgen van het ‘Bosman-arrest’ zakte de Borgerhoutse club in 1998 naar 1e provinciale, om het jaar daarop in 2e provinciale te belanden. Tussen seizoen 1999-2000 en seizoen 2002-2003 nestelde K. Tubantia Borgerhout V.K. zich in de top van het klassement, maar het was pas na het vijfde jaar 2ee provinciaal voetbal (2003-2004) dat de rood-witten de promotie naar de 1e provinciale afdeling konden bemachtigen.
Bronnen Anoniem 1996-1999: Waar is de tijd, Antwerpen. Uitgeverij Waanders, Zwolle. Antonis E, 1998: Antwerpen staat op haar verleden. In J. Veeckman (ed.) Archeologie in Antwerpen. Grafisch centrum van de stad Antwerpen, Antwerpen. Langenus, J. 1942: Fluitend door de wereld, herinneringen en reisindrukken van een voetbalscheidsrechter. Snoeck Ducaju & Zoon, Gent Lebeau, P. 1964: Mijn vriend Max. Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen. Luyckx, K. 1985: Een eeuw sport in Antwerpen. Standaard Uitgeverij, Antwerpen - Weesp Peillard, L. 1978: Affare Tubantia. Die jagd nach dem versenkten Deutschen goldschatz. Neif, Wien - Berlin Van De Vijver, F. 1972: Borgerhout in oude prentkaarten, Europese Bibliotheek, Zaltbommel. Van Den Ameele, X. 1965: Guldenboek. Kon. Tubantia F.A.C. - Kon. Tub. Borgerhout F.C. 1915 — 1965. LA.B., Antwerpen.
Bronnen Interne http://www.rafc.be http://benbijnsdorp.info/tacitus html
Nawoord Personen die in het bezit zijn van oude documenten, rangschikkingen, ploegsamenstellingen, verhalen, foto’s, of wat dan ook van K. Tubantia Borgerhout V.K. (of van de andere clubs die deel uitmaken van de Borgerhoutse fusie) mogen dit steeds melden aan het bestuur of aan Dimitri De Loecker (e-mail: dimitri.loecker@pandora.be)